Voltooid deelwoord groep 7: ge- plus stam plus t of d
In groep 7 leert een kind het voltooid deelwoord vormen: ge- plus de stam van het werkwoord, plus een t of een d, gebruikt in zinnen zoals 'ik heb gewerkt' of 'ik heb geleerd'.
Het voltooid deelwoord wordt gevormd met ge- plus de stam, en eindigt op een t of een d, bepaald door dezelfde 't kofschip-regel als bij de verleden tijd: eindigt de stam op een van de letters uit 't kofschip' (t, k, f, s, ch, p), dan komt er een t bij (gewerkt), anders een d (geleerd).
Het voltooid deelwoord komt meestal voor na 'hebben' of 'zijn': 'ik heb gewerkt', 'hij is gegroeid'. Die combinatie met hebben of zijn is een handig signaal om te herkennen dat hier de voltooide-deelwoordregel geldt, niet de tegenwoordige-tijdregel.
Voorbeeld
'Ik heb het huiswerk ge___ (maken).' De stam is 'maak', die eindigt op een k (uit 't kofschip), dus wordt het 'gemaakt'.
Veelgemaakte fout
Een veelgemaakte fout is de regel voor de tegenwoordige tijd (hij-vorm) toepassen op een voltooid deelwoord, of andersom: 'gemaakt' wordt dan foutief 'gemaakd', of de ge- wordt vergeten.
Tip
Leer een kind eerst te herkennen dát er een voltooid deelwoord gevraagd wordt: staat er 'heb' of 'is' vlak voor het werkwoord? Dan is het bijna altijd een voltooid deelwoord, en geldt de ge- plus stam plus t/d-regel.
Veelgestelde vragen
Hoe herken je dat een zin om een voltooid deelwoord vraagt?
Meestal staat er 'heb', 'hebt', 'heeft' of 'ben', 'bent', 'is' vlak voor het werkwoord: 'ik heb ge___', 'hij is ge___'. Die combinatie is het signaal dat hier de voltooid-deelwoordregel geldt.
Waarom gebruikt het voltooid deelwoord dezelfde 't kofschip-regel als de verleden tijd?
Omdat in beide gevallen dezelfde vraag speelt: eindigt de stam op een 't kofschip'-letter (t, k, f, s, ch, p)? Zo ja, dan komt er een t bij (hij werkte, gewerkt), zo nee, dan een d (hij antwoordde, geantwoord). Let op: dit geldt niet voor de hij-vorm van de tegenwoordige tijd (hij werkt, hij antwoordt), die krijgt altijd een t, ongeacht 't kofschip.