Eduvaya
Spelling · groep 7

Homofonen groep 7: hun, hen, word en wordt

In groep 7 komen de bekendste homofonen aan bod: woorden die hetzelfde klinken maar verschillend geschreven worden, zoals hun/hen en word/wordt, waarbij de betekenis of de zinspositie bepaalt welke vorm juist is.

'Hun' en 'hen' klinken identiek, maar hebben een verschillende grammaticale rol: 'hen' wordt gebruikt na een voorzetsel of als lijdend voorwerp ('ik zag hen'), 'hun' als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel ('ik gaf hun een cadeau'). In de praktijk wordt dit onderscheid steeds minder streng gehanteerd, maar op school wordt de traditionele regel nog aangeleerd.

'Word' en 'wordt' zijn geen homofoon in de strikte zin (ze klinken net iets anders), maar worden vaak door elkaar gehaald omdat het verschil subtiel is: 'word' is de ik-vorm ('ik word beter'), 'wordt' de hij/zij-vorm ('hij wordt beter').

Voorbeeld

'Ik gaf ___ een cadeau' (hun, meewerkend voorwerp zonder voorzetsel) tegenover 'Ik zag ___ op straat' (hen, lijdend voorwerp).

Veelgemaakte fout

De meest voorkomende fout is 'hun' en 'hen' willekeurig kiezen op klank in plaats van op grammaticale functie, en 'ik word' met een t schrijven omdat het net als 'hij wordt' klinkt.

Tip

Leer een kind een simpele testvraag: kan er 'aan' vóór het woord gedacht worden, ook als het er niet echt staat (wordt er iets aan iemand gegeven of verteld)? Staat dat 'aan' er wél expliciet, dan is het 'hen' ('ik gaf het aan hen'). Is het weggelaten, dan is het 'hun' ('ik gaf hun een cadeau'). Gaat het om een lijdend voorwerp, waarbij iemand simpelweg de handeling ondergaat zonder dat er iets 'aan' diegene gebeurt (zoals 'ik zag hen'), dan is het altijd 'hen'.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen 'hun' en 'hen'?

'Hen' wordt gebruikt na een voorzetsel of als lijdend voorwerp (ik zag hen, ik gaf het aan hen). 'Hun' wordt gebruikt als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel (ik gaf hun een cadeau). In het dagelijks taalgebruik wordt dit onderscheid steeds losser gehanteerd, maar op school wordt de traditionele regel nog aangeleerd.

Waarom is 'ik word' zonder t, terwijl 'hij wordt' wel een t heeft?

Omdat de ik-vorm van een werkwoord altijd gelijk is aan de stam, zonder extra letters. De stam van 'worden' is 'word'. Bij hij of zij komt er wél een t bij, ongeacht dat de stam zelf al op een d eindigt: 'wordt'.