Denkfout · Rekenen
Omtrek en oppervlakte: mijn kind haalt ze door elkaar
Wat het kind doet
De omtrek uitgerekend waar de oppervlakte gevraagd werd, of andersom.
Waarom kinderen dit doen
Omtrek en oppervlakte worden meestal in dezelfde weken aangeleerd, met sommen die er hetzelfde uitzien: een rechthoek en twee getallen. De woorden lijken bovendien op elkaar. Het kind kan vaak allebei de berekeningen foutloos maken; alleen de koppeling tussen woord en begrip is los.
Hoe je het herkent
Het antwoord is de uitkomst van de andere formule: bij een rechthoek van 6 bij 4 wordt de oppervlakte 20 (de omtrek) of de omtrek 24 (de oppervlakte). Vraag het kind de rand van de figuur met een vinger te volgen; wie dat doet en dan alsnog lengte keer breedte pakt, heeft de woorden verwisseld, niet de begrippen.
Wat een leerkracht ermee kan
Het kind kent beide formules maar koppelt ze aan het verkeerde woord. Laat het verschil aanwijzen op een echte figuur: de rand of het vlak.
Wat je er thuis aan kunt doen
Maak het lijfelijk: de omtrek is het hek om de tuin, de oppervlakte is het gras erbinnen. Hoeveel hek en hoeveel graszoden? Twee vragen die niemand meer verwisselt zodra hij ze een keer echt heeft uitgevoerd.
Wat Juf Eva vraagt
Maakt een kind deze fout in Eduvaya en is het antwoordpatroon herkend, dan vraagt Juf Eva: “Gaat de vraag over de rand eromheen of over het vlak erbinnen?” Een vraag, geen antwoord: de volgende stap blijft van het kind.
Dat dit antwoord bij deze denkfout hoort, is vooraf uitgerekend. Of het kind ook zo dacht, staat niet vast. Of zo'n toegekende denkfout klopt met wat een echt kind werkelijk dacht, is nog niet gemeten; dat is precies wat de pilot moet uitwijzen.