Denkfout · Rekenen
Waarom telt mijn kind bij breuken de tellers en de noemers op?
Wat het kind doet
De tellers bij elkaar en de noemers bij elkaar opgeteld: 1/2 + 1/3 werd 2/5.
Waarom kinderen dit doen
Jarenlang was optellen: alles bij elkaar. Bij hele getallen werkt dat, en een breuk lijkt op twee hele getallen boven elkaar. Het kind past dus een regel toe die altijd klopte, op de eerste plek waar hij niet meer klopt. Dat is geen slordigheid maar overdracht: de oude regel is sterker dan de nieuwe.
Hoe je het herkent
De uitkomst is kleiner dan een van de twee breuken die erbij kwamen: 1/2 + 1/3 wordt 2/5, en 2/5 is kleiner dan 1/2. Wie er iets bij doet en minder overhoudt, heeft de regel van hele getallen op een breuk toegepast.
Wat een leerkracht ermee kan
De klassiekste breukenfout die er is. Het kind past de regel van hele getallen toe op een breuk. Laat zien met een tekening of een strook dat 2/5 kleiner is dan 1/2, terwijl er iets bij kwam.
Wat je er thuis aan kunt doen
Teken het. Een halve pizza plus een derde pizza is zichtbaar meer dan een halve, dus 2/5 kan niet kloppen. Vraag daarna wat het onderste getal betekent; zodra het kind zegt "in hoeveel stukken het geheel is verdeeld", is de vraag waarom je die stukken niet zomaar bij elkaar mag doen bijna gesteld.
Wat Juf Eva vraagt
Maakt een kind deze fout in Eduvaya en is het antwoordpatroon herkend, dan vraagt Juf Eva: “Kijk eens naar de noemers. Wat moet daarmee gebeuren voordat je kunt optellen?” Een vraag, geen antwoord: de volgende stap blijft van het kind.
Dat dit antwoord bij deze denkfout hoort, is vooraf uitgerekend. Of het kind ook zo dacht, staat niet vast. Of zo'n toegekende denkfout klopt met wat een echt kind werkelijk dacht, is nog niet gemeten; dat is precies wat de pilot moet uitwijzen.